Ik kan het me herinneren als de dag van gisteren. Mijn ex die om iets wat in mijn ogen nauwelijks iets voorstelde, een meningsverschil over eten bijvoorbeeld, plotseling explosief boos kon worden. Het kon echt ergens kleins over gaan. Als ik iets anders vond, als ik voorzichtig een andere kijk wilde delen en als ik niet meteen meeging in zijn beleving, dan kon hij ontploffen. In het begin van onze relatie voelde ik nog duidelijk mijn eigen grens. Ik weet nog dat ik hem verbaasd aankeek en dacht: wat gebeurt hier? Gaat het wel goed met je? Er was nog iets in mij dat stevig stond, dat zichzelf serieus nam en niet direct aannam dat dit normaal was.
Na zo’n uitbarsting volgde er vaak een gesprek. Achteraf leek hij zijn gedrag ook wel heftig te vinden. We analyseerden wat er was gebeurd. Hij gebruikte woorden als ‘de-escalatie’ en sprak over communicatiepatronen. Het gaf hem iets geloofwaardigs: hij leek iemand die inzicht had in gedrag, die kon reflecteren, die verantwoordelijkheid nam. En juist dat maakte het daarna weer veiliger. Of in ieder geval: het gaf mij het gevoel dat we samen aan iets werkten.
Tot het opnieuw gebeurde. En daarna weer.
Hoe je kompas langzaam verschuift
Langzaam verschoof er iets zonder dit zelf echt door te hebben. Waar ik in het begin nog dacht: dit klopt niet, begon ik steeds vaker te twijfelen aan mijn eigen aandeel. Want volgens hem zocht ik de de-escalatie niet op. Ik reageerde verkeerd. Ik maakte het groter dan nodig. En omdat er na zo’n ruzie altijd een vorm van analyse kwam, voelde het bijna redelijk om daarin mee te gaan. Alsof het volwassen was om ook mijn ‘stuk’ te onderzoeken. Want als er een ding was waar ik goed in was en steeds beter in werd, was het eerlijk naar mijn gedrag kijken.
Nu ik niet meer in die bubbel van emotioneel geweld en manipulatie leef, zie ik helderder wat er gebeurde: zijn woede kwam vooral op momenten waarop hij zijn zin niet kreeg. Wanneer de werkelijkheid niet samenviel met zijn behoefte. Wanneer ik niet voldoende meebewoog.
Het plotselinge exploderen, het verdraaien van gebeurtenissen, het schakelen van intense complimenten naar vernietigende beledigingen, het warme gezicht naar de buitenwereld en het kille of vijandige gezicht in de intimiteit. Het zijn patronen die passen bij emotioneel geweld. Maar wie er middenin zit, herkent het zelden direct als zodanig. Je gelooft niet dat iemand die zegt van je te houden je onderuit zou halen. Je wilt het goede blijven zien. Je houdt je vast aan de momenten waarop het wel fijn is, want die zijn er ook. En juist die momenten maken het verwarrend en eenzaam.
Wat ontwrichting met je doet
In een studieboek over herstel na huiselijk geweld, dat ik lang na deze relatie las, kwam ik de term ‘ontwrichting’ tegen en ik voelde herkenning. Ontwrichting is het proces waarbij jouw innerlijke werkelijkheid zodanig onder druk komt te staan, totdat je niet meer vanzelfsprekend op jezelf vertrouwt.
In een relatie als deze ontstaat ontwrichting niet van de ene op de andere dag. Het is een langzaam proces waarbij je innerlijke kompas steeds een beetje wordt bijgesteld. Niet omdat jij geen grenzen hebt, maar omdat jouw waarneming standaard ter discussie wordt gesteld. Wat jij voelt klopt niet. Wat jij zag is anders bedoeld. Wat jij ervaart is overdreven.
Ontwrichting betekent dat je niet alleen ruzie hebt, maar dat je het vertrouwen in je eigen realiteit begint te verliezen. Je zenuwstelsel raakt voortdurend op scherp. Je gaat anticiperen op stemmingen, op toonhoogtes, op soms hele kleine signalen. Je leert de ruimte lezen. Je past je aan, eerst uit liefde, daarna uit voorzichtigheid, uiteindelijk uit angst om opnieuw een explosie ‘uit te lokken’.
En wanneer je dan toch je grens aangeeft, wanneer je zegt: tot hier en niet verder, volgt er niet echt een open gesprek. Vaker volgt er omkering, verwijt, stilte, of een straf die verpakt is als teleurstelling. Want in het beeld van iemand zonder echte zelfreflectie ligt de oorzaak vrijwel altijd buiten henzelf. Ik leerde later, toen ik me verdiepte in de dynamieken van emotioneel geweld, dat dit gebrek aan zelfreflectie deels oorzaak is van het geweld. Iemand kan daadwerkelijk geloven dat het altijd aan de ander ligt. Zelfs als iemand boos wordt omdat een burger niet knapperig genoeg is en het eten door de kamer gooit, kan de redenering zijn dat jij simpelweg niet kan koken en ‘er wat mis is met jou’.
Wat ontwrichting uiteindelijk doet, is dat je je stem niet in één keer verliest, maar stukje bij beetje. Je gaat jezelf relativeren, betwijfelen en bevragen. Je intuïtie, die in het begin nog duidelijk zei dat er iets niet klopte, wordt op den duur overschreeuwd door twijfel aan jezelf en begrip voor de ander.
De weg terug naar huis, bij jezelf
Herstel begint bij het opnieuw erkennen van je eigen ervaring. Bij het terugvinden van je innerlijke gevoel, stem en waarneming. Niet vanuit boosheid alleen, maar vanuit helderheid. Vanuit het besef en de erkenning: wat er gebeurde was niet simpelweg temperament of een communicatieprobleem. Het was ontwrichtend gedrag dat mijn gevoel van veiligheid en eigenwaarde heeft aangetast.
En juist omdat ik het van binnenuit heb gekend, herken ik het nu bij anderen. Ontwrichting breekt je niet omdat je zwak bent, maar omdat je in verbinding bleef en omdat je wilde begrijpen. Omdat je hoopte dat het anders kon en ergens bleef geloven in de goedheid van iemand.
En juist daar, in die hoop en in dat blijven geloven in de goedheid van de mens, ligt ook herstel. Alleen nu mag die hoop en dat geloof worden omgedraaid: naar jezelf. Het vermogen tot liefhebben mag zich dubbel en dwars op jou richten. Zelfzorg en zelfliefde maken dat je weer tot jezelf komt, dat je vanuit ontwrichting langzaam terugkeert naar huis, bij jezelf.









