Ik weet het nog goed. Angstig lag ik in bed na weer een dag vol spanning. Onze kleine zoon lag in dezelfde kamer rustig te slapen. Dat beeld staat in mijn geheugen gegrift: zijn vredevolle ademhaling, terwijl mijn lijf op scherp stond. Angstig voor wat de toekomst zou brengen in de relatie met zijn vader, die gisteren weer was geëxplodeerd. Over iets wat ik totaal niet had zien aankomen. Iets wat ik niet eens had begrepen voordat het al te laat was.
Alles was door de kamer gegooid. Hij had mij gedwongen het op te ruimen. Ik voelde me steeds meer gevangen en wist niet waar ik hiermee terecht kon. Zijn gedrag was tijdens de zwangerschap al verergerd: onvoorspelbaar, explosief, vanuit het niets. Nu kwam daar nog iets bij. Hij wilde niet dat ik naar zijn moeder ging, terwijl ik daar elke week met Elfin even op adem kwam. Het leek wel alsof hij iedereen langzaam van zich afstootte, en ik me steeds meer geïsoleerd voelde van de wereld.
De angst om weg te gaan
Mijn grootste wens was dat onze zoon zich veilig zou voelen. Dat hij rust en harmonie zou ervaren. Maar hoe kon dat, als er thuis voortdurend spanning hing? Ik merkte dat ik het fijn vond wanneer mijn partner de deur uit was. Even geen onvoorspelbaar gedrag. Geen woede-uitbarstingen die uit het niets kwamen. Alleen al dat besef maakte me verdrietig én schuldig tegelijk.
Ik vroeg me af: hoe kom ik hier ooit uit? Hij zal het nooit toelaten dat ik wegga. Ik had in zijn ogen gezien hoe hij kon verdwijnen in zijn woede. Waar was hij toe in staat? Hij had al vaker gedreigd dat ik niet weg kon of mocht gaan. Dan zei hij dingen als: dan zullen we nog wel zien wat er gebeurt. En achteraf kan ik zeggen: dat soort zinnen wil je niet serieus nemen en afdoen als ach, hij was boos en zei rare dingen. Maar ergens voel je dat het wel degelijk een serieuze dreiging is, als je ziet dat iemand zo extreem kan worden in zijn of haar woede.
En dit is een fragment uit mijn verhaal. Nu al ruim tien jaar geleden. Maar met mij zijn er zovelen. Slachtoffers van intieme terreur en dwingende controle worden niet voor niets vergeleken met krijgsgevangenen. Als de dreiging groter wordt op het moment dat je weggaat, en er zijn kinderen in het spel, dan blijf je vaak veel langer dan je ooit had gedacht. Niet omdat je niet wilt gaan, maar omdat weggaan gevaarlijker voelt dan blijven.
Wat er dan nog bijkomt
Daar komt nog iets bij. Wanneer je uiteindelijk de moed vindt om te vertrekken, kan het rechtssysteem in Nederland je tegenwerken. Er wordt sterk gehamerd op het belang van beide ouders in beeld. Ook wanneer één van de ouders binnen de vier muren terroriserend gedrag vertoont, maar zich naar buiten toe presenteert als een betrokken en redelijke ouder.
Zelfs als hulpverleners doorhebben dat het gedrag van één ouder niet oké is, wordt vaak gezocht naar wat er nog wel goed gaat. Er wordt geregeld niet eens onderzocht welke vorm van huiselijk geweld er speelde. In plaats daarvan krijgen ouders te horen: jullie moeten er samen uitkomen.
Maar laat dat nu precies zijn wat niet lukt met een pleger van emotioneel geweld of dwingende controle. Want waar deze pleger op uit is, is controle. Via dreiging, via angst, via macht. En als je ondanks alles toch bent weggegaan, dan wil die ouder vaak ineens minimaal gedeeld ouderschap. Zelfs wanneer diezelfde ouder binnen de relatie nauwelijks iets deed voor of met de kinderen.
De kinderen in het midden
Dan volgen rechtszaken over omgang. De buitenwereld noemt het een vechtscheiding. Maar stel je voor dat jij het monster vaak genoeg hebt gezien in je ex-partner. Woede-uitbarstingen. Dreigementen. Verboden om bepaalde mensen nog te zien. Financiële controle. Fysiek en psychisch geweld in de vorm van kleineren, saboteren, manipuleren. Allemaal waar de kinderen bij waren.
En dan wil diezelfde ouder na het uit elkaar gaan ineens de helft van de tijd, of meer, de kinderen bij zich hebben. Terwijl de kinderen zelf vaak al niet meer willen, omdat zij ook hebben gevoeld wat onveiligheid is.
Wat er dan veelal gebeurt, is schrijnend. Bepaalde hulpverleners zeggen oprecht dat de kinderen een loyaliteitsconflict hebben. Of dat zij beïnvloed zijn door de ‘gezonde’ ouder en daarom niet naar de andere ouder willen. Die gezonde ouder, die de moed had om uit een angstaanjagende en ongezonde relatie te stappen, moet vervolgens aan haar trauma werken. Want anders zou zij de kinderen beïnvloeden.
En de andere ouder? Is diens gedrag, dat jarenlang zichtbaar was, ineens verdwenen? Is die woede zomaar opgelost? Of verergert het juist nu, omdat de controle afneemt nu de relatie is verbroken?
Wat er echt nodig is
Juist daarom is het cruciaal dat er beter wordt gekeken welke vorm van huiselijk geweld er speelde wanneer hulpverlening in beeld komt. Bij dwingende controle of intieme terreur gaan uitspraken als ‘waar twee vechten hebben twee schuld’ of ‘jullie moeten er samen uitkomen’ niet op. Het zijn hardnekkige overtuigingen in de hulpverlening, die in sommige situaties misschien kloppen, maar in deze gevallen slachtoffers en kinderen opnieuw onveilig houden en maken.









