Je kunt bij de groenteboer geen vis kopen.
Die zin is me altijd bijgebleven. Ik leerde hem van mijn ex-schoonmoeder, meer dan tien jaar geleden. Zij was als een moeder voor mij in een zware periode met haar zoon. Ik zat in een ongezonde relatie, waarin hij vaak ontplofte, spullen stukmaakte, mij psychisch of fysiek aanviel: soms allebei tegelijk. En zij was degene bij wie ik het durfde te delen. Ze zat dan hoofdschuddend tegenover me, woedend op hem, eindeloos liefdevol naar mij. Ze was mijn rots in de branding in een tijd waarin ik, achteraf gezien, 24/7 in angst leefde.
Door haar leerde ik dat het inderdaad niet aan mij lag. Dat hij therapie nodig had.
Over mijn vader
Maar die zin: “je kunt bij de groenteboer geen vis kopen” ging in eerste instantie eigenlijk over mijn vader.
Ik vertelde haar destijds over mijn band met hem en hoe hij vrijwel nooit reageerde op wat ik met hem deelde. Hij stelde nooit een open vraag, gaf geen advies, geen feedback, geen compliment. Soms knikte hij als ik iets vertelde en daarna vertrok hij weer naar zijn eigen wereld. Dan zat ik daar in die ongemakkelijke stilte, waarin wat ik zei niet echt werd ontvangen. Althans: niet voelbaar of zichtbaar.
Wat dat met mij deed op latere leeftijd, was dat ik leerde mijn verhaal kort te houden. Ik werd vooral goed in luisteren naar anderen. Onbewust was ik gaan geloven dat mijn woorden niet belangrijk waren, dat ik niet te veel ruimte mocht innemen, dat mijn binnenwereld niet de moeite waard was om te delen. Ik werd voorzichtig in communicatie, een manier van overleven die ik als kind had ontwikkeld.
Wat we meekrijgen
Wat we van onze ouders meekrijgen, reist met ons mee de toekomst in. De opvoeding vormt ons, niet alleen door wat er wel gebeurt, maar juist ook door wat er ontbreekt. We ontwikkelen overtuigingen en bijbehorend gedrag dat op die overtuigingen aansluit. En pas als volwassene kun je gaan beseffen dat je veiligheid of emotionele betrokkenheid hebt gemist. Dat het je gevormd heeft. Maar dat je het ook kunt gaan helen.
En dan kun je datgene wat je niet kreeg, aan jezelf leren geven. Je kunt mensen om je heen verzamelen: soms ook therapeuten die wél kunnen bieden wat je nodig hebt. Mensen die spiegelen, meevoelen, je ruimte geven en je ondersteunen in het ontwikkelen van gedrag dat je als volwassene in je kracht brengt. En dat hoeft niet alleen bij therapeuten natuurlijk, dat kan ook bij fijne en empathisch ontwikkelde mensen in je omgeving.
Je vindt de spreekwoordelijke vis daar waar hij wel beschikbaar is.
Loslaten en rouw
En ook kun je jezelf leren vissen te kweken. Je kunt vissen leren vangen. Je kunt naar de visboer. Er zijn allerlei manieren om wél vis te vinden, maar daarvoor moet je eerst stoppen met zoeken bij de groenteboer. En dat stoppen met zoeken is soms een proces van loslaten en rouw. Je moet erkennen dat wat je zo nodig had, niet beschikbaar is bij de mensen van wie je het ooit verwachtte. Dat, in mijn geval mijn beide ouders maar misschien bij jou een ouder, je niet kunnen of kan geven wat je jarenlang hoopte dat hij/zij/ze zouden kunnen geven. Dat is pijnlijk. En eenzaam. Maar in dat besef zit ook bevrijding.
Want pijn en opluchting gaan soms hand in hand. Ze wisselen elkaar af of vormen samen een geheel. Net zoiets als dat na de regen toch ook altijd weer zonneschijn komt. En soms regent het wat, terwijl de zon schijnt.
Ik ontdekte dat de emotionele betrokkenheid die ik van beide ouders miste, pas echt omarmd kon worden toen ik stopte met verwachten. Toen ik kon zien: het ligt niet aan mij en het komt ook niet meer. Dat is een vorm van levende rouw. Niet om iemand die er niet meer is, maar om iemand die er nooit echt kon zijn en niet zal zijn.
Ruimte
En in dat rauwe stukje rouw ontstaat ruimte.
Ruimte om met meer compassie naar jezelf te kijken, ruimte om lieve mensen toe te laten en ruimte om jezelf aan te leren wat je ooit miste.
Want uiteindelijk gaat het daarover: dat je de vis vroeg of laat vindt. Misschien wel in de vorm van een hele schol. Een paar vissen bij jezelf door zelfontwikkeling en een paar bij vrienden en andere geliefden. En soms een aantal vanuit therapie.
Maar nooit meer bij de groenteboer.
Niet omdat je boos bent of omdat je verwijt, maar omdat je eindelijk door hebt dat het daar echt niet te koop is.









